Positie monumenten- en erfgoedzorg in de organisatie
Het monumenten- en erfgoedbeleid en de uitvoering is ondergebracht bij het team Consulenten van de afdeling Wonen en Ondernemen. Dit voldoet ten aanzien van monumenten, vergunningen en subsidies. Een ander effect van deze positie is dat de afstemming tussen de teams als goed kan worden beoordeeld. Er is een goede termijnbewaking mogelijk, evenals een goede dienstverlening. Wat dit betreft kan deze positionering worden gehandhaafd. Een structurele, integrale werkwijze, die op grond van het nieuwe erfgoedbeleid noodzakelijk is, ontbreekt echter.
Erfgoed en cultuurhistorie spelen een steeds grotere rol binnen de ruimtelijke ordening. Dit vereist een meer integrale werkwijze tussen de diverse betrokkenen bij de (culturele) erfgoedzorg en de ruimtelijke ordening in de gemeente. Het is daarom van belang dat de huidige positionering van de erfgoedzorg daarbij doorontwikkeld wordt.
Gewenste situatie: Tot stand brengen van een integrale werkwijze ten aanzien van het omgaan met erfgoed. Doorontwikkeling van de huidige positionering van de erfgoedzorg in de organisatie en een integrale werkwijze van de diverse betrokkenen initiëren.
Borging cultuurhistorie in bestemmingsplannen
Met de wijziging van het rijksbeleid in 2009 (Modernisering monumentenzorg) en de terugtredende rol van de rijksoverheid moet cultuurhistorie in het bestemmingsplan worden opgenomen.
Dit vereist meer afstemming tussen erfgoedbeleid en het ruimtelijk beleid. Dit is mogelijk door een structurele afstemming tussen alle betrokkenen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Als gevolg van onvoldoende menskracht voor erfgoedtaken gebeurt dit nu alleen incidenteel. Het ontbreken van deze afstemming en het ontbreken van een actief erfgoedbeleid veroorzaakt het onvoldoende kunnen waarborgen van de cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hoewel er wel sprake is van onderlinge contacten, maken de nieuwe wettelijke taken het noodzakelijk dat de integrale aanpak richting beleidsopstelling wordt verbeterd en hieraan meer aandacht en een vervolg wordt gegeven.
Wel is de afgelopen jaren gebleken dat de extra uren ten behoeve van monumenten- en erfgoedzorg voor een meer integrale werkwijze hebben gezorgd.
Gesteld kan dan ook worden dat dit onderdeel van het beleid mede daardoor deels is uitgevoerd. Budgettair is dit een reguliere (wettelijke) taak.
Uit een interview met de betreffende teams met betrekking tot dit onderwerp kan worden afgeleid dat het ambtelijk ambitieniveau ten aanzien van cultuurhistorie hoger ligt dan bestuurlijk en bij de raad het geval is. Dit is ook afhankelijk van de beschikbare middelen.
De mening is dat men met het borgen van cultuurhistorie wel op de goede weg is. Cultuurhistorie wordt alleen via dubbelbestemmingen in bestemmingsplannen opgenomen m.b.t archeologische en landschapswaarden, maar wordt niet specifiek benoemd. Gelet op de aard/ambitieniveau van de gemeente wordt de borging van cultuurhistorie op deze wijze op dit moment voldoende geacht.
Echter, om te kunnen bepalen hoe de gemeente om wil gaan met de ruimtelijke/cultuurhistorische waarden, moeten deze worden geïnventariseerd en geanalyseerd.
Verbetering van het cultuurhistorisch belang in bestemmingsplannen geldt met name ook voor het borgen van landschapselementen, zoals holle wegen, in het bestemmingsplan buitengebied.
Er is onvoldoende kennis en menskracht beschikbaar voor het maken van beleid. Mits er middelen beschikbaar zijn, is inhuur van kennis mogelijk. Bij nieuwe bestemmingsplannen wordt cultuurhistorie op basis van de Omgevingsvisie meegewogen. Verder krijgt cultuurhistorie aandacht in het Landschapsontwikkelingsplan en het bestemmingsplan buitengebied. De gemeente heeft geen vastgesteld cultuurhistorisch beleid en is hierin volgend ten aanzien van de Omgevingsvisie Overijssel. Door het maken van eigen beleid en dit op te nemen in structuurvisies kan men het gemeentelijk cultuurhistorisch beleid beter laten aansluiten op de Omgevingsvisie.
Gewenste situatie: Afdoende aandacht voor borging van cultuurhistorie in bestemmingsplannen. Structurele en integrale afstemming tussen de verschillende betrokkenen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Cultuurhistorisch beleid opstellen en opnemen in structuurvisies.
Deskundigheid gemeentelijke erfgoedzorgers
Om de erfgoedtaken in bredere zin adequaat uit te kunnen voeren is het nodig dat er bij alle betrokkenen meer kennis van en bewustwording van erfgoed aanwezig is. Dit betreft met name de monumenten- en erfgoedmedewerker, RO- medewerkers, toezichthouder en de juridisch medewerker.
Dit is van belang voor een betere dienstverlening en om toegerust te zijn voor de grotere verantwoordelijkheid van de gemeente wat betreft de monumentenvergunningen en de terugtredende rol van de rijksdienst voor het cultureel erfgoed (RCE).
Als onderdeel van nieuw te voeren beleid moet worden bezien welke mogelijkheden er zijn om meer kennis van cultuurhistorie bij deze teams te brengen. Dit kan door (bij-)scholing van de betrokken medewerkers, het inhuren van externe expertise in geval van onderzoeken, advisering of grote restauraties. Ook het gebruik van de expertise van het Steunpunt monumentenzorg Overijssel is hierbij mogelijk. Deze taak behoort indirect tot de wettelijke taken.
Budgettair is beroep op het structurele opleidingsbudget nodig voor scholing, terwijl voor inhuur e.d. incidenteel budget beschikbaar is/moet zijn. Deels is aan deze taak uitvoering gegeven, dat wil zeggen door onvoldoende menskracht is er wel geïnvesteerd in bijscholing, echter niet optimaal. De inhoudelijke informatie voor medewerkers kan worden verbeterd door bijv. aanwezigheid van vakinhoudelijke tijdschriften, naslagwerken, een restauratievademecum. Ook het uitwisselen van kennis met collega’s van andere gemeenten kan hiervan een onderdeel zijn. Het inhuren van externe expertise gebeurt incidenteel en waar nodig. Er is hier sprake van een doorlopend proces, waarvan voortzetting gewenst, c.q. wettelijk noodzakelijk is. Het resultaat daarvan is dat daardoor de deskundigheid van de monumentenmedewerkers wordt vergroot, dan wel bijgehouden kan worden. Ook kan hierdoor de dienstverlening richting burgers worden verbeterd, er is tijdwinst te boeken bij restauraties, en niet onbelangrijk: er wordt tegemoet gekomen aan de terugtredende rol van het rijk. Aan dit item moet bij het opstellen van nieuw beleid ook aandacht besteed worden.
Gewenste situatie: Meer bewustwording bij betrokkenen bij erfgoed en cultuurhistorie en bij de raad. Optimalisering dienstverlening met betrekking tot erfgoed. Bevorderen kennis door opleiding, inhuur expertise.
Monumentencommissie
Door een wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Beperking van de adviesplicht 2009, is de adviesplicht van de Rijksdienst grotendeels vervallen en moeten de gemeenten sinds 2009 een eigen monumentencommissie hebben voor de beoordeling van monumentenplannen (restauraties/ wijzigingen gemeentelijke en rijksmonumenten), met meer deskundigheid. Vanwege de vereiste onafhankelijkheid en deskundigheid en uit kostenoverweging is gekozen voor één overkoepelende monumentencommissie voor meerdere gemeenten. Deze is ingericht door Het Oversticht, waarmee een dienstverleningsovereenkomst is gesloten.
Op deze wijze is er aansluiting bij ontwikkelingen op rijksniveau, is de deskundigheid gewaarborgd en is kostenbesparend.
Hiermee is uitvoering gegeven aan het monumentenbeleid. De monumentencommissie functioneert goed, de deskundigheid is goed, de lijnen zijn kort en er is afstemming met welstand. Aanpassing of wijziging is niet nodig, tenzij er in de wet en/of bestuurlijke afspraken wijzigingen optreden.
Gewenste situatie: Huidige situatie continueren.
Monumentenraad
Naast een monumentencommissie, die adviseert over vergunningaanvragen, kan de gemeente op grond van de Erfgoedverordening een monumentenraad instellen.
Een monumentenraad houdt zich gevraagd en ongevraagd bezig met alle aspecten van monumenten, zoals beleid, organisatie en eventueel waardestellingen, met uitzondering van bouwplannen.
De raad adviseert bij selectie- en aanwijzingsvoorstellen, het creëren en onderhouden van draagvlak voor monumentenzorg, publieksactiviteiten en adviseert het college over uitvoering van de erfgoedverordening.
Als gevolg van onvoldoende menskracht heeft dit geen prioriteit gehad.
Bij de actualisering/uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst in 2013 is gebruik gemaakt van een tijdelijke monumentenraad, bestaande uit de monumentencommissie van Het Oversticht plus leden van de plaatselijke oudheidkamers. Deze is inmiddels opgeheven.
Door het ontbreken van een (structurele) monumentenraad mist de gemeente en daarmee het bestuur, inhoudelijke en regionale deskundigheid, ondersteuning en advies van een onafhankelijke raad ten aanzien van veel erfgoedzaken. Hierdoor mist de gemeente de kans voor verbreding van draagvlak voor erfgoed bij burgers.
Het instellen van een monumentenraad is (budgettair) een reguliere taak, bevordert een actief monumentenbeleid en is op grond van het vorenstaande zeer wenselijk
Het moet als een onderdeel voor nieuw beleid worden beschouwd.
Gewenste situatie: Instellen monumentenraad ter bevordering monumenten- en erfgoedbeleid.
Beschermingsbeleid
Met de Nota monumentenbeleid 2008 is voor een adequaat en stimulerend erfgoedbeleid een goede start gemaakt. Een aantal onderdelen hiervan zijn of moeten nog goed afgerond worden. Dit zijn o.a.:
Uitvoeringsvoorschriften bij subsidieverordening. Deze zijn nog niet vastgesteld. Deze voorschriften zijn mede bedoeld om de instandhouding van de monumentale waarden te waarborgen.
Noot: Als uitvoeringsvoorschriften worden vastgesteld en opgenomen, dan is ook consequent toezicht en handhaving nodig. Zolang de formatie hier niet op is afgestemd kunnen ze wel als leidraad dienen.
Overzicht van kosten die subsidiabel zijn, behorende bij de Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Rijssen-Holten 2008. Deze zijn nog niet vastgesteld.
Het opstellen en vaststellen van een Reglement Monumentenraad.
Gewenste situatie: Uitvoeringsvoorschriften subsidieverordening opstellen. Overzicht subsidiabele kosten opstellenOpstellen en vaststellen reglement monumentenraad.
Erfgoedverordening
De Erfgoedverordening dient om te voldoen aan de wettelijke taken, moet aansluiten bij wets-wijzigingen, ontwikkelingen en aanbevelingen op rijksniveau en is onderdeel van een actueel monumentenbeleid.
Rijssen-Holten heeft het monumenten- en archeologisch beleid vastgelegd in de Erfgoedverordening. Daarmee heeft zij ook de verantwoordelijkheid genomen voor de rijksmonumenten in de gemeente (zie onder wetsvoorstel monumentenwet 1988, Beperking adviesplicht 2009).
Het opstellen en vaststellen van de Erfgoedverordening 2008 maakte onderdeel uit van de ontwikkeling van het monumentenbeleid. De Erfgoedverordening vormt de juridische basis van het erfgoed- en archeologisch beleid dat in de toekomst verder kan worden uitgewerkt. In de verordening worden onder andere de procedures met betrekking tot advisering en aanwijzing van monumenten, selectiecriteria, indieningsvereisten etc. vastgelegd.
Aan deze wettelijke taak is grotendeels uitvoering gegeven met als resultaat dat nu, inclusief enkele vastgestelde wijzigingen, de Erfgoedverordening 2013 geldt.
In aansluiting op rijksbeleid is gekozen voor een integrale Erfgoedverordening in plaats van een gescheiden monumenten- en archeologieverordening. De archeologische paragraaf is er in opgenomen en is in werking.
Gewenste situatie: Het actueel houden van een, op het rijksbeleid aansluitende, verordening.
Actualisatie gemeentelijke monumentenlijst
Het actualiseren van de gemeentelijke monumentenlijst is in 2013 afgerond. Bij de hiervoor uitgevoerde inventarisatie zijn, naast het Holtense deel van de gemeente, ook panden/objecten, voornamelijk kerken, uit de wederopbouwperiode meegenomen. Na een selectieprocedure heeft dit geresulteerd in een lijst van 40 toe te voegen panden en objecten.
De aanwijzingsprocedure van deze panden/objecten is in 2014 afgerond. Hierdoor is het bestand aan gemeentelijke monumenten uitgebreid tot 72. Samen met de 25 rijksmonumenten bedraagt het totale monumentenbestand van de gemeente op dit moment 97 panden en objecten.
Het resultaat:
een geactualiseerde gemeentelijke monumentenlijst voor de gehele gemeente;
betere bescherming van de waardevolle objecten in de hele gemeente;
voldoen aan wettelijke taken (meewegen cultuurhistorie in RO);
het beter kunnen waarborgen van de cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Er is hier sprake van een dynamisch proces, waaraan een vervolg moet worden gegeven.
De lijst is niet statisch, maar juist dynamisch, waar panden, gezichten en elementen aan kunnen worden toegevoegd en soms ook af kunnen worden gehaald. Het is niet uit te sluiten dat er panden en/ of objecten “vergeten” zijn of dat, als gevolg van nieuwe inzichten of ontwikkelingen, een aanvulling van de gemeentelijke monumentenlijst wenselijk is.
Voorstellen tot wijzigingen in de lijst moeten daarbij wel goed gemotiveerd en onderbouwd zijn
Verder moet er op gelet worden dat aan de monumenten het nodige onderhoud voor de instand-houding van de monumenten wordt uitgevoerd. Dit vraagt de nodige personele (en structurele) inspanning.
In het kader van de vergunningverlening en het toezicht en handhaving is het belangrijk dat de lijst actueel wordt gehouden. Ook is het van belang dat de redengevende beschrijvingen van vóór 2013 aangewezen monumenten worden geactualiseerd. Deze zijn bepalend voor wat beschermd is. De bescherming die de lijst biedt is enkel objectgericht en niet gebiedsgericht. Wanneer ook het gebied rondom het object van waarde is, zal de bescherming hiervan via het bestemmingsplan geregeld moeten worden. Opgemerkt wordt nog dat de wederopbouw meer aandacht verdient. Door het ontbreken van (incidenteel) budget is dit (nog) niet geëffectueerd.
Gewenste situatie: Actueel houden lijst beschermde gemeentelijke monumenten. Actualiseren redengevende beschrijvingen van vóór 2013 aangewezen monumenten. Instandhouding waarborgen door uitvoering onderhoud.