Om te bepalen in hoeverre een verstrekking in pgb passend is in de zin van art. 8.1.1 lid 2 sub b van de Jeugdwet kan het college in elk geval rekening houden met de volgende omstandigheden:
de ondersteuning is niet goed vooraf in te plannen;
de ondersteuning moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;
de ondersteuning moet op veel korte momenten per dag geboden worden;
de ondersteuning moet op verschillende locaties worden geleverd;
de noodzaak voor 24-uurs ondersteuning;
de noodzaak voor het verlenen van ondersteuning door een vaste hulpverlener op grond van de aard van de beperking;
de wens tot het leveren van ondersteuning door een hulpverlener die aansluit bij godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond van de jeugdige; of
in hoeverre de jeugdige zich, gelet op de door hem verstrekte gegevens of bescheiden, voldoende heeft georiënteerd op het door het college gecontracteerde zorgaanbod.