Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5

Artikel 2.5.8

Ontheffing voor overschrijdingen van de voorgevelrooilijn

Onderdeel van Bouwverordening Drechterland

1.. Burgemeester en wethouders kunnen -met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid - ontheffing verlenen van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn voor: a ondergrondse bouwwerken zoals kelders, kelderkoekoeken en kelderingangen, mits de bovenzijde daarvan niet hoger gelegen is dan het straatpeil; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder h en derde lid, van het Besluit bouwwerken, die naar hun aard en bestemming op een voor voorgevelrooilijn gelegen erf toelaatbaar zijn; c laadperrons, stoepen en stoeptreden, die de grens van de weg overschrijden; d erkers, serres en andere uitbouwen, alsmede balkons en galerijen, die de voorgevelrooilijn met niet meer dan 1,50 m overschrijden; e trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en stortbuizen, alsmede andere luifels, dakoverstekken, uitspringende schoorsteenwanden, reclametoestellen en draagconstructies voor reclames dan bedoeld zijn in artikel 2.5.7; f overbouwingen ten dienste van de verbinding tussen twee bouwwerken. 2.. Voor het bouwen boven een weg kan alleen vrijstelling worden verleend, indien niet lager gebouwd wordt dan: - 4,20 m boven de hoogte van de rijweg, met inbegrip van een strook van 0,50 m breedte ter weerszijden van die rijweg; - 2,20 m boven de hoogte van een ander deel van de weg; en dan nog voor zover de veiligheid van de gebruikers van de weg niet in gevaar komt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel