Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Landschapselementen binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom

Onderdeel van Beleidsregels kapbeleid 2015

1.. In beginsel wordt vergunning verleend voor het vellen van een landschapselement binnen een bebouwde kom: - indien en voor zover zwaarwegende bedrijfsbelangen zich verzetten tegen behoud van een landschapselement; - indien en voor zover belangen met betrekking tot de aanleg of verbetering infrastructurele werken van openbaar belang of de verkeersveiligheid zich verzetten tegen behoud van het landschapselement; - indien en voor zover verwijdering noodzakelijk is met het oog op de realisering van een bestemmingsplan, dat rechtskracht heeft. 2.. In beginsel wordt vergunning verleend voor het vellen van een landschapselement buiten een bebouwde kom: - indien het landschapselement op de in artikel 3, zesde lid, van de kapverordening bedoelde indicatieve kaart, is aangegeven als landschapselement dat niet typerend is voor het ter plaatse aanwezige landschap, tenzij er overduidelijk sprake is van een foute vermelding op de kaart; - indien het gaat om een erfbos binnen een agrarisch huisperceel waarbij zeer zwaarwegende bedrijfsbelangen zich verzetten tegen behoud van dat erfbos; - indien zwaarwegende belangen met betrekking tot de aanleg of verbetering infrastructurele werken van openbaar belang of met betrekking tot de verkeersveiligheid zich verzetten tegen behoud van het landschapselement; - indien zwaarwegende belangen met betrekking tot planmatige verkaveling zich verzetten tegen het behoud van het landschapselement. 3.. In beginsel wordt vergunning verleend voor het gedeeltelijk vellen (rooien) van een landschapselement voor zover het betreft de ondergroei van hoog opgaande bomen langs voor openbaar verkeer openstaande verharde wegen indien: - deze ondergroei binnen 4 jaar na een cyclisch onderhoud binnen 60 cm van de rijbaan reikt; aanwezige graskeien worden tot de rijbaan gerekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel