De bepalingen van dit artikel zijn aanvullend op hetgeen is
vermeld in artikel 7, lid 1 onder b van de Verordening
maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp.
Een cliënt kan in aanmerking komen voor opvang als:
hij feitelijk of residentieel dakloos is en niet in
staat is zich op eigen kracht te handhaven in de
samenleving;
hij de situatie van dakloosheid en het niet in staat
zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving
– niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn
sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene
voorzieningen of andere maatwerkvoorzieningen gericht op
het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid in
voldoende mate kan verminderen of wegnemen;
opvang een passende, noodzakelijke en tijdelijke
bijdrage levert aan het voorkomen van dakloosheid, het
psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing
of maatschappelijke overlast en/of het afwenden van
gevaar voor de cliënt of anderen en de behoefte van de
cliënt met als doel het realiseren van een situatie
waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel
mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de
samenleving.
Een cliënt (alsmede eventuele kinderen van deze cliënt) kan in
aanmerking komen voor opvang als:
deze de thuissituatie heeft verlaten, in verband met
risico’s voor de veiligheid van deze cliënt (en/of de
kinderen van deze cliënt) als gevolg van huiselijk
geweld, en de cliënt niet in staat is zich op eigen
kracht te handhaven in de samenleving;
deze de situatie – waarbij de cliënt de thuissituatie
heeft verlaten, in verband met risico’s voor de
veiligheid van de cliënt (en/of de kinderen van deze
cliënt) als gevolg van huiselijk geweld - , niet op
eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk
dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of
andere maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen
van de participatie en zelfredzaamheid in voldoende mate
kan verminderen of wegnemen.
opvang een passende, noodzakelijke en tijdelijke
bijdrage levert aan het afwenden van gevaar voor de
cliënt (en/of de kinderen van deze cliënt), voorkomen
van dakloosheid, het psychosociaal functioneren,
voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast
en de behoefte van de cliënt met als doel het realiseren
van een situatie waarin de cliënt (en/of de kinderen van
deze cliënt) in staat wordt gesteld zich zo snel
mogelijk weer op eigen kracht en in een veilige situatie
zich te handhaven in de samenleving.
Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen op grond
van de Wmo 2015 als:
hij psychische- of psychosociale problemen heeft en niet
in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de
samenleving en
hij de situatie van psychische of psychosociale
problemen – met als gevolg het niet in staat zijn zich
op eigen kracht te handhaven in de samenleving – niet op
eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk
dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of
andere maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen
van de participatie en zelfredzaamheid in de
thuissituatie in voldoende mate kan verminderen of
wegnemen;
beschermd wonen een passende en noodzakelijke bijdrage
levert aan het bevorderen van de zelfredzaamheid en
participatie, het psychisch en psychosociaal
functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch
ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of
maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar
voor de cliënt of anderen en daarbij voorziet in de
behoefte van de cliënt met als doel het realiseren van
een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld
zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven
in de samenleving.
In spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin
terstond opvang of beschermd wonen nodig is, al dan niet in
verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk
geweld, beslist het college na een melding als bedoeld in
artikel 2 van dit besluit onverwijld tot verstrekking van een
tijdelijke maatwerkvoorziening voor opvang of beschermd wonen in
afwachting van de uitkomst van het onderzoek, zoals bedoeld in
artikel 2.3.2 van de wet en de aanvraag van de cliënt.
Paragraaf 2
Artikel 12.
Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Ommen 2015