**1..** Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de
jeugdige en/of zijn ouder(s), zo spoedig mogelijk en voor zover
nodig:
de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid,
ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het
probleem of de hulpvraag;
het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;
het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om zelf of
met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor
de hulpvraag te vinden;
de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere
voorziening;
de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking
van een overige voorziening;
de mogelijkheden om een individuele voorziening te
verstrekken;
de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele
voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het
gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning,
of werk en inkomen;
hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige
gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond
van de jeugdige en zijn ouder(s), en
de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een
pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouder(s) in begrijpelijke
bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die
keuze;
**2..** In de gevallen bedoeld in artikel 8.2.1 van de Jeugdwet informeert
het college de ouder(s) dat een ouderbijdrage is verschuldigd en hoe
deze bijdrage wordt geïnd.
**3..** Het college informeert de jeugdige of zijn ouder(s) over de gang van
zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de
vervolgprocedure men vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens
te verwerken.
**4..** Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouder(s)
afzien van een gesprek.
Paragraaf 3
Artikel 22.
Gesprek
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp gemeente Ommen 2015