Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Kapverbod overig

Onderdeel van Bomenverordening Stichtse Vecht 2015

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag bomen die staan op Niet-geïnventariseerde terreinen of die zijn aangeplant in het kader van een herplantplicht ex artikel 9 of 10, te vellen of te doen vellen onverminderd het gestelde in artikel 3. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. bomen die moeten worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het bevoegd gezag; b. het periodiek vellen van hak- of griendhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek scheren, knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij vormbomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. het verrichten van snoeiwerkzaamheden aan bomen met achterstallig onderhoud; e. dunning van bomen; f.. schubconiferen met een stamdwarsdoorsnede tot 50 cm gemeten op 1,30 meter hoogte zijnde: -. Chamaecyparis (schijncypres); -. xCupressocyparis (leylandcypres); -. Platycladus (Japanse levensboom); -. Thuja (levensboom); -. Thujopsis (Hiba cypres). 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor bomen als bedoeld in artikel 15 tweede en derde lid Boswet. 4.. Het bevoegd gezag kan indien een boom direct gevaar oplevert die noodkap noodzakelijk maakt, besluiten dat de omgevingsvergunning voor het vellen direct in werking treedt. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel