Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Verordening Subsidie Jeugdhulp 2016

1.. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: Besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; Relevante wijzigingen in de algemene en financiële situatie en relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden; Ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen. 2.. De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een onderzoek van de rekenkamer(functie) indien deze daarom verzoekt. 3.. Het college kan naast de in artikel 4:37 van de Awb bedoelde verplichtingen bij nadere regels of bij de subsidieverlening ook verplichtingen opleggen met betrekking tot; De overdracht van subsidie aan derden, anders dan als betaling voor goederen en diensten; De verwezenlijking van het doel van de subsidie; De wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht; De wijze waarop de subsidie jegens- of namens hogere overheden dient te worden verantwoord. 4.. Het college kan niet-doelgebonden verplichtingen op basis van artikel 4:39 van de Awb bij nadere regels of bij subsidieverlening opleggen of richtlijnen geven met betrekking tot gemeentelijk beleid. 5.. Onverminderd de verplichtingen uit de deze verordening voldoet de subsidieontvanger aan de volgende wettelijke eisen zoals vastgelegd in de: Jeugdwet Kwaliteitswet zorginstellingen Wet klachtrecht cliënten zorginstellingen Wet BIG (Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg) WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandel Overeenkomst) Wbp (Wet bescherming persoonsgegevens) Wmcz (Wet medezeggenschap cliënten zorgsector) Wbopz (Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) Geneesmiddelenwet Mededingingswet 6.. De subsidieontvanger: dient ingeschreven te zijn in het handelsregister; is toegelaten op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen; dient te beschikken over een verklaring omtrent gedrag van alle medewerkers en een aantoonbare Good Governance Code zorginstellingen; heeft hoofdbehandelaren in dienst die BIG geregistreerd zijn en voldoen aan de eisen van de beroepsverenigingen; beschikt over een geldig en extern getoetst geldigheidscertificaat. Subsidieontvanger beschikt over een landelijk erkend (gecertificeerd) kwaliteitskeurmerk of kwaliteitssysteem. De Subsidieontvanger heeft een klachtenregeling en bespreekt de (relevante) klachten bij de kwartaalgesprekken met de Subsidieverlener. De Subsidieontvanger waarborgt de rechtspositie van de cliënt en (pleeg)ouders conform de Jeugdwet, waaronder toegang tot een cliëntvertrouwenspersoon. De Subsidieontvanger meet de tevredenheid van de cliënten en hun naasten periodiek en bespreekt de uitkomsten hiervan ten minste één keer per jaar met de Subsidieverlener. De Subsidieontvanger houdt, indien van toepassing, rekening met de bepalingen die opgenomen zijn in het Kwaliteitskader voorkomen seksueel misbruik in de jeugdzorg (2013). De Subsidieontvanger houdt, indien van toepassing, rekening met de bepalingen die opgenomen zijn in het Kwaliteitskader Voorbereiding en screening aspirant pleegouders (2010). 7.. De subsidieontvanger voert een zodanig ingerichte administratie, dat te allen tijde voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan. 8.. De subsidieontvanger informeert het college periodiek op de wijze zoals vastgelegd in de informatieparagraaf van het subsidiebestek. 9.. De subsidieontvanger verleent aan het college dan wel aan de door het college aangewezen ambtenaren of deskundigen inzage in de administratie, indien dit naar het oordeel van het college nodig is voor de beoordeling van de besteding van de verstrekte subsidie. 10.. De subsidieontvanger dient onverwijld schriftelijk mee te delen dat hij het redelijke vermoeden heeft de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan. 11.. De subsidieontvanger dient op de door het college in de beschikking aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel