Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Weigerings- en intrekkingsgronden

Onderdeel van Verordening Subsidie Jeugdhulp 2016

1.. Het college weigert subsidie in ieder geval indien: De subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun; Subsidie niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders. 2.. Het college kan naast het bepaalde in de artikelen 4:25, 4:35 en 4:48 van de Awb subsidie weigeren of intrekken indien: Het college voor dezelfde activiteiten zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, reeds subsidie heeft verstrekt; De activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de belangen van de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente, meer in het bijzonder de jeugdigen; De aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen of uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken; De gelden niet of in onvoldoende mate besteed zijn voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd; De doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde; De activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben; Met subsidieverstrekking geen continuïteit van jeugdhulp bereikt kan worden; Subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel