Indien uit het onder lid 16.2.2 onder c bedoelde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders aan de omgevingsvergunning een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden:
a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
b. de verplichting tot het doen van nader archeologisch onderzoek, waaronder opgravingen conform de op het moment van van vaststelling van de beheersverordening geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
c. de verplichting de activiteit die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de op het moment van vaststelling van de beheersverordening geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.
Hoofdstuk 2
Artikel 16.2.3
Voorwaarden archeologisch verstoring
Onderdeel van Beheersverordening 'Venlo Noord'