Ter plaatse van de aanduiding 'woonwagenstandplaats' gelden de volgende regels:
a. het aantal standplaatsen bedraagt niet meer dan 4;
b. de woonwagen dient in de voorgevelrooilijn te worden geplaatst, waarbij de breedte van de woonwagen niet meer dan 7 m bedraagt en de diepte niet meer dan 13 m bedraagt;
c. de goothoogte bedraagt niet meer dan 4 m en de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 7,5 m;
d. de afstand van een woonwagen tot de bouwperceelsgrens bedraagt niet minder dan 2,5 m.