1.Uitsluitend kosten die direct aan de/het betreffende activiteit/product zijn toe te rekenen kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Niet subsidiabel zijn kosten voor atelierhuur, materialen, reis- en verblijfkosten, tenzij die aantoonbaar toe te rekenen zijn aan het project.
2.De subsidie bedraagt, wanneer deze voor de eerste keer wordt verleend, maximaal 50% van de subsidiabele kosten in de totale begroting voor de betreffende activiteit of organisatie.
3.Een eventuele tweede en derde keer bedraagt de subsidie respectievelijk maximaal 40% en 30% van de subsidiabele kosten in de totale begroting.
4.Het aan te vragen subsidiebedrag bedraagt minimaal € 750 en maximaal € 7.500.
5.Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen zijn:
a.Aankoop van (audiovisuele) apparatuur
b.Structurele kosten, zoals maandelijkse huurlasten, telefoonabonnementen
c.Onvoorziene kosten die meer dan 5% van de totale begroting zijn
Artikel 5
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieregeling incidentele subsidies cultureel klimaat en media