Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.4

Ontslag en non-activiteit

Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie Bernheze 2015

1.. Een lid van de rekenkamercommissie wordt door de raad ontslagen: op eigen verzoek; bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie; indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheids-beneming tot gevolg heeft; indien hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. 2.. De raad stelt een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit indien: hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. 3.. De leden van de rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt zijn hun functie te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel