Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadsinformatiebijeenkomst

1.. Burgers kunnen hun mening geven over geagendeerde raadsvoorstellen. 2.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de raadsinformatieavond aan een medewerker van de griffie. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres en zijn telefoonnummer. 3.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de raadsinformatieavond. 4.. In de deelbijeenkomst wordt maximaal 30 minuten ingeruimd voor het spreekrecht. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 5.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de raadsinformatieavond. 6.. Degenen die van het spreekrecht gebruik maken krijgen, desgewenst nog eens drie minuten de tijd om te reageren op de inbreng van raadsleden en collegeleden over het raadsvoorstel.

Rechtspraak bij dit artikel