**1..** Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze
verordening te herinneren;
een lid hem interrumpeert; de voorzitter kan bepalen dat de spreker
zonder verdere interrupties zijn betoog mag afronden.
**2..** Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort,
wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker
hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem tijdens de vergadering
waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord
ontzeggen.
**3..** De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een
door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde
opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
**4..** De voorzitter kan aan een raadscommissie voorstellen een commissielid
het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen indien dit lid door zijn
gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert.
**5..** Over het in lid 4 opgenomen voorstel wordt niet beraadslaagd. Na
aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig
verwijdert de voorzitter hem. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid
bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering
worden ontzegd.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 21:
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies