**1..** Een deelnemer A of deelnemer B kan uittreden door toezending aan het Algemeen Bestuur van het daartoe strekkende besluit van het bevoegd orgaan van deelnemer A of deel-nemer B.
**2..** Voor het uittreden geldt een opzeggingstermijn van één jaar, met dien verstande dat behoudens een door het Algemeen Bestuur toe te stane afwijking, uittreding niet eerder plaats kan vinden dan op 1 januari van het vierde jaar volgend op dat, waarin de deelneming aan de Regeling formele rechtskracht heeft gekregen.
**3..** Desintegratiekosten en andere onvermijdelijke kosten die samenhangen met de uittreding komen voor rekening van de deelnemer A of deelnemer B die uittreedt.
**4..** Indien een deelnemer A of deelnemer B uittreedt, wordt een overeenkomst opgesteld over de gevolgen en kosten die samenhangen met de opzegging, zoals boventalligheid van personeel en aangegane meerjarenverplichtingen. In deze overeenkomst wordt geregeld op welke wijze en over welke periode de daarmee samenhangende kosten worden voldaan.
**5..** Als de deelnemer A of deelnemer B besluit tot het substantieel verlagen van de afname van producten en diensten, zijn de leden 3 en 4 overeenkomstig van toepassing. Van een substantiële verlaging van afname is sprake indien deze verlaging leidt tot een hogere productprijs voor de deelnemers A en/of deelnemers B als gevolg van volume-afname, boventallig personeel of lopende verplichtingen.
**6..** In de gevallen als bedoeld in het 4e en 5e lid kan een door beide partijen aan te wijzen externe deskundige worden ingeschakeld.
Artikel 29
Uittreding of substantiële afname van producten en diensten
Onderdeel van gemeenschappelijke regeling “Het Gegevenshuis”