Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3.

Artikel 4:12

Voorwaarden en instandhoudingsplicht

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Westervoort 2013

1.. Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de vergunning oftewel tot het moment dat: de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend; beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening; beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan. 2.. De definitieve vergunning als bedoeld in het vorig lid vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal een jaar na afgifte volledig gebruik is gemaakt. 3.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen uit artikel 4:11 van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld danwel op andere wijze is tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden en binnen de daarbij te bepalen termijn. 4.. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen uit artikel 4:11 van toepassing is ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te stellen voorwaarden binnen de daarbij te bepalen termijn voorzieningen te treffen waardoor de bedreiging wordt weggenomen. 5.. Zowel degene tot wie de verplichtingen uit het derde en vierde lid zijn gericht alsmede diens rechtopvolger zijn verplicht hieraan te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel