Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een openbare inrichting te exploiteren; één of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen te exploiteren, voor zover deze zich op de weg bevinden. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien: de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. voor zover hierom door het bevoegd gezag verzocht, de aanvrager geen verklaring omtrent het gedrag met betrekking tot de leidinggevende(n) overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven; de exploitant of de leidinggevende niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. 3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: de woon- of leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf, en/of; de openbare orde; op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: het karakter van de straat en van de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal komen te liggen; de aard van de openbare inrichting; de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting; de wijze van bedrijfsvoering van de houder van de inrichting in deze of in andere openbare inrichtingen, alsmede diens antecedenten. 5.. Onverminderd het gestelde in het derde lid kan de burgemeester de exploitatievergunning ten behoeve van één of meer bij een bedrijf behorende terrassen weigeren: a. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel een gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b. indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 6.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; of een sport-, school- of bedrijfskantine of – restaurant, uitsluitend voor zover deze als zodanig in gebruik is. rouwcentra, begraafplaatsen en crematoria; 7.. Indien de vergunning tevens is verleend voor een terras, mag dit terras het gehele kalenderjaar worden geëxploiteerd. 8.. Onverminderd het gestelde in artikel 1:6 kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen indien: indien de exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt; indien aannemelijk is, dat de exploitant of leidinggevende van het de openbare inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting, dan wel de vrees hiertoe wettigen; indien de exploitant of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; indien de exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; indien de exploitatie van de openbare inrichting voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken, alsmede indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie of exploitant, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd; 9.. Het college kan regels vaststellen voor het indienen van een aanvraag, zoals bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel