1.
Indien gegevensverwerking heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 8, eerste lid, sub f van de wet,
te weten voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt, kan door betrokkene te allen tijde tegen die verwerking op grond van zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden kosteloos verzet worden aangetekend.
2.
Binnen vier weken na ontvangst van het verzet, beoordeelt de verantwoordelijke of het verzet gerechtvaardigd is.
3.
De verantwoordelijke beëindigt de verwerking terstond, indien zij het verzet gerechtvaardigd acht. Verzet tegen de verwerking voor commerciële of charitatieve doelen is altijd gerechtvaardigd.