In gevallen dat spoedige afhandeling van voorstellen met betrekking tot ondergeschikte punten van de rechtspositie van ambtenaren dringend gewenst is, kan de voorzitter van de commissie schriftelijk overleg doen plaatshebben. In zodanige gevallen wordt gehandeld als in de leden 2, 3 en 4 is aangegeven.
Iedere organisatie, die in de commissie vertegenwoordigd is, brengt binnen de door de voorzitter van de commissie te stellen termijn aan hem schriftelijk advies uit, onder duidelijke vermelding of zij zich voor of tegen het aanhangige voorstel zoals het is aangeboden, uitspreekt. Na ontvangst van de adviezen brengt de voorzitter daarover zijn stem uit en deelt de uitslag onder overlegging van de ontvangen adviezen mede aan Burgemeester en Wethouders en aan de raadscommissie belast met personele aangelegenheden. Geen beslissing wordt door de raad genomen dan nadat laatstbedoelde commissie over het betreffende voorstel is gehoord.
Bij de berekening van het stemmenaantal voor of tegen het voorstel wordt in acht genomen dat de voorzitter een stem uitbrengt en dat de vertegenwoordiging van de organisaties een aantal stemmen uitbrengt als is aangegeven in het tweede lid van artikel 12:2:9.
Indien de meerderheid van de vertegenwoordiging van de organisaties, vast te stellen op de voet van het bepaalde in het tweede lid van artikel 12:2:9, schriftelijk de wens aan de voorzitter van de commissie te kennen geeft om over een voorstel of concept-besluit alsnog mondeling overleg te doen plaatshebben, wordt aan die wens gevolg gegeven door behandeling daarvan in een volgende vergadering van de commissie.