Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8:16:2:0

Overlijdensuitkering

Onderdeel van CAR/UWO

De bezoldiging van de ambtenaar wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de ambtenaar wordt aan de weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner een bedrag uitgekeerd gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden vermeerderd met de vakantietoelage. Als maatstaf bij de berekening van het in de vorige volzin bedoelde bedrag wordt in aanmerking genomen de voor de ambtenaar op de dag van overlijden geldende bezoldiging per maand. Indien de overledene geen weduwe, weduwnaar of geregistreerde partner nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige, natuurlijke en pleegkinderen. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan de door de overleden ambtenaar bij testament aangewezen personen, of aan de ouders, of aan de meerderjarige kinderen, of de broers of zusters of één van de overige familieleden (bloed-en aanverwanten) tot en met de vijfde graad. Op de uitkering, bedoeld in het tweede lid, wordt in mindering gebracht het bedrag van de uitkering waarop de nagelaten betrekkingen van de ambtenaar ter zake van diens overlijden aanspraak kunnen maken krachtens enig wettelijk voorgeschreven verzekering tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Rechtspraak bij dit artikel