Het College kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder de betaald parkeerzone verlaat of
daar uit hoofde van het beroep of bedrijf niet meer gevestigd
is, dan wel de beroeps- of bedrijfsuitoefening daar feitelijk
beëindigt;
wanneer er zich een wijziging voordoet in één van de
omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
vergunning;
wanneer het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder niet overeenkomstig artikel 6,
tweede lid, van de geldende Verordening op de heffing en
invordering van parkeerbelastingen tijdig aan zijn of haar
betalingsplicht ter zake van de parkeervergunning heeft
voldaan;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften of gelegenheid geeft tot
misbruik van de vergunning;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang.