**1..** In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie
gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring
houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door
de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is
aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit
houders van dieren.
**2..** De belasting wordt niet geheven voor honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden
gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden
gehouden;
die zijn opgeleid tot het ten dienste zijn van doven en
slechthorenden en in hoofdzaak als zodanig door een dove of
slechthorende persoon worden gehouden;
die verblijven in een hondenasiel
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste
lid, van het Besluit houders van dieren;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij samen met de
moederhond worden gehouden;
door ambtenaren van de overheidsinstellingen gehouden ter
verrichting van opsporingsdiensten;
die overeenkomstig de Regeling politiehonden van 4 april 2006
eigendom zijn van een regio of de staat en die onder toezicht
staan van een geleider die beschikt over een geldig certificaat
dat is afgegeven op naam van de combinatie van de geleider en de
desbetreffende hond.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2016