**1..** Tijdens een openbare vergadering hebben belangstellenden, gezamenlijk gedurende maximaal 30 minuten, gelegenheid om het woord te voeren over de op de agenda voorkomende onderwerpen, met uitzondering van:
ter kennisname geagendeerde stukken;
onderwerpen waartegen zienswijzen, bezwaar of beroep openstaat of heeft open gestaan;
onderwerpen die al in de infosessie op de agenda hebben gestaan.
De voorzitter stelt de aanwezigen hiervan aan het begin van de vergadering op de hoogte. Hij inventariseert wie van de aanwezigen van het recht gebruik wil maken. Bij meerdere sprekers per onderwerp hebben die sprekers gezamenlijk 10 minuten spreektijd.
**2..** Gelegenheid tot spreken wordt gegeven direct voorafgaand aan de behandeling van het betreffende agendapunt. Desgewenst kan de voorzitter besluiten tot het naar voren halen van de gelegenheid tot het spreken op een moment gelegen na de opening van de vergadering. De maximum spreektijd per inspreker bedraagt vijf minuten. Er is slechts gelegenheid tot spreken in één termijn.
**3..** De commissieleden kunnen direct na het inspreken en voorafgaand aan de beraadslaging van het agendapunt toelichtende vragen stellen aan de inspreker.
Artikel 10
Spreekrecht
Onderdeel van Verordening regelende de instelling, de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissie