Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland;
de wet: de Participatiewet;
uitkering: de op de belanghebbende van toepassing zijnde norm ingevolge paragraaf 3.2 van de wet, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3, door het college vastgestelde verhoging of verlaging van de norm;
kostendelersnorm: het kunnen delen van woonkosten met een of meer personen, uitgedrukt in een procentuele verlaging op de uitkering gebaseerd op het aantal meerderjarige personen van 21 jaar en ouder dat in dezelfde woning zijn hoofdverblijf en de rekennorm als bedoeld in artikel 22a lid 1 en 2 van de wet;
woning: een onroerende zaak dat voor bewoning wordt gebruikt, voor zover deze als zelfstandige woonruimte, onvrije etage dan wel andere onzelfstandige woonruimte kan worden aangemerkt als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, artikel 1 onder k. Een woonschip en een woonwagen vallen ook onder het begrip ‘woning’;
woonkosten:
als een huurwoning wordt bewoond, de overeengekomen maandelijkse ‘kale’ huurprijs en servicekosten als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, artikelen 1 onderdeel d en 5;
is de huurprijs inclusief water, gas, licht, gebruik internet en overige zaken, dan wordt 60% van de bruto huurprijs in aanmerking genomen;
huurcontract: een schriftelijke overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, de verplichting aangaat om aan de andere partij, de huurder, een woning in gebruik te verstrekken en de huurder zich verplicht de overeengekomen huurprijs te betalen voor het gebruik van de woning;
basishuur: maandbedrag als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, artikel 17 lid 2 inclusief de verhoging van artikel 16 van voornoemde wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels woonkosten Participatiewet gemeente Wormerland 2015