Geen uitzicht op inkomensverbetering wordt in ieder geval verondersteld bij:
a. de persoon die een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet I Wet werk en bijstand, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen ontvangt en naar het oordeel van het college in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de maand van aanvraag de opgelegde arbeidsverplichtingen en inlichtingenplicht in voldoende mate is nagekomen;
b. de persoon die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
c. de persoon met een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Artikel 3
Geen uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet