**1.** Er is sprake van onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen als bedoeld in artikel 36, lid 2, sub b, van de wet, wanneer:
a. de persoon in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaand aan de maand van aanvraag een boete- en/of maatregelwaardige gedraging in de zin van de Participatiewet / Wet werk en bijstand, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen heeft gepleegd op grond waarvan een maatregel en/of boete is opgelegd, waarbij een opgelegde boete of maatregel in de vorm van een waarschuwing in dit kader buiten beschouwing blijft;
b. de persoon in de referteperiode langer dan 180 dagen rechtens van zijn vrijheid beroofd is geweest.
**2.** Van onvoldoende inspanningen om tot inkomensverbetering te komen is eveneens sprake wanneer dit in andere situaties als in het vorige lid gesteld, onomstotelijk kan worden vastgesteld.
Artikel 5
Inspanningen van de persoon
Onderdeel van Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet