Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe) toekomstige rentewijzigingen op het resultaat en op de waarde van rentedragende activa en passiva door:
Het moeten aantrekken of uitzetten van financieringsmiddelen, of als gevolg van een overeengekomen renteherziening op een lopende lening, op een ongunstige rentestand.
Het niet kunnen profiteren van gunstige renteontwikkelingen.
De doelstellingen zijn het minimaliseren van de rentekosten en het optimaliseren van de rentebaten.
Met betrekking tot het renterisicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido.
De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido.
Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning.
De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening worden zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.
Hoofdstuk 3
Artikel 7.
Renterisicobeheer
Onderdeel van TREASURYSTATUUT VOOR DE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING STROOMOOPWAARTS MVS