Iedere Partij verplicht zich ertoe maatregelen toe te passen voor de fysieke bescherming van het archeologische erfgoed door, naar gelang de omstandigheden, zorg te dragen voor:
de verwerving, of de bescherming door middel van andere passende middelen, door de overheid van gebieden bestemd om archeologische reservaten te vormen;
de conservering en instandhouding van het archeologische erfgoed, bij voorkeur in situ;
het gebruik van metaaldetectors en andere detectie-apparatuur of werkwijzen voor archeologisch onderzoek te onderwerpen aan speciale voorafgaande machtiging wanneer het nationale recht van de Staat daarin voorziet.