Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Het beoordelen van de toelaatbaarheid van nevenwerkzaamheden

Onderdeel van Regeling nevenwerkzaamheden gemeente Drechterland

1.. Het is de betrokkene verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd. 2.. Het bevoegd gezag beoordeelt naar aanleiding van de melding of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid. Indien dit het geval is, wordt aan de betrokkene schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld dat het hem verboden is deze nevenwerkzaamheden te verrichten. 3.. Het bevoegd gezag kan besluiten de nevenwerkzaamheden niet te verbieden mits door betrokkene aan bepaalde voorwaarden en/of afspraken wordt voldaan. Als algemene voorwaarde geldt dat, behoudens toestemming van het bevoegd gezag, geen nevenwerkzaamheden mogen worden verricht tijdens arbeidsongeschiktheid voor de ambtelijke functie. 4.. Een verbod, zoals in de voorgaande leden bedoeld, wordt in ieder geval opgelegd indien er sprake is van: a. ontoelaatbare belangenverstrengeling; b. botsing van belangen; c. schade aan het aanzien van het ambt; d. onvoldoende beschikbaarheid voor de ambtelijke functie; 5.. Indien de op grond van het tweede lid verboden verklaarde nevenwerkzaamheden reeds voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit waren aangevangen, wordt door het bevoegd gezag in overleg met de betrokkene een termijn vastgesteld waarbinnen de nevenwerkzaamheden moeten worden beëindigd. 6.. In de situatie van artikel 2 vierde lid, beslist het gevoegd gezag binnen een maand na ontvangst van de melding of er aanleiding is om de nevenwerkzaamheden te verbieden. Indien daarvan sprake is wordt dit schriftelijk en gemotiveerd aan de betrokkene meegedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel