**1..** De verlening van de voorziening genoemd in artikel 3.6.1.1.
onderdeel a, zonodig in combinatie met andere in artikel
3.6.1.1. genoemde voorzieningen, heeft voorrang (primaat)
indien deze voorziening of deze combinatie de goedkoopste
adequate oplossing is.
**2..** Een rechthebbende kan eerst dan voor een voorziening genoemd
in artikel 3.6.1.1. onderdeel h in aanmerking worden
gebracht indien hij slechts honderd meter kan lopen en hij
niet in staat is gebruik te maken van een al dan niet
speciaal uitgevoerde fiets.
**3..** Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel
3.6.1.1. onderdelen b tot en met i kan rekening worden
gehouden met:
de individuele vervoersbehoefte van de
ondersteuningsbehoevende;
de mate waarin de voorziening genoemd in artikel
3.6.1.1. onderdeel a in de individuele
vervoersbehoefte kan voorzien; en
de mate waarin de vervoersbehoeften van echtgenoten
samenvallen.
**4..** Bij een inkomen boven 1,5 maal het norminkomen worden de
voorzieningen genoemd in artikel 3.6.1.1. onderdeel a, b, c,
e, j en l niet verleend, tenzij de eigen aandeel-regeling
vervoer van toepassing is.
**5..** Een ondersteuningsbehoevende wordt voor een voorziening
genoemd in artikel 3.6.1.1., onderdeel h in aanmerking
gebracht tenzij hij voldoende in staat is met deze
voorziening op verantwoorde manier aan het verkeer deel te
nemen.