Naar hoofdinhoud
1. De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf volledig bestaat uit jonge landbouwers. 2. Indien er naast jonge landbouwers ook niet- jongelandbouwers bedrijfshoofd zijn in het landbouwbedrijf wordt de subsidie bedoeld in het eerste lid verlaagd met 20% per niet- jongelandbouwer, de verlaging bedraagt maximaal 80%. 3. Indien de subsidieaanvrager kiest voor de berekening van de subsidie op basis van de verdeling van het eigen vermogen van de onderneming, bedraagt de subsidie in afwijking van het eerste lid , 30% van de subsidiabele kosten vermenigvuldigd met het percentage eigen vermogen van het landbouwbedrijf dat in eigendom is van jonge landbouwers. 4. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000,–. 5. Indien toepassing van dit artikel er toe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 10.000,– wordt de subsidie niet verstrekt. 5. Het minimum bedrag aan subsidiabele kosten per fysieke investering, als bedoeld in artikel 2.3.1 is € 20.000,–.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel