**1..** Indien de activiteit betrekking heeft op de voortbrenging van landbouwproducten of handel in landbouwproducten bedraagt de hoogte van subsidie:
voor kosten als bedoeld in artikel 2.7.6, lid 1: 100% van de subsidiabele kosten;
voor kosten als bedoeld in artikel 2.7.6, lid 2: 70% van de kosten;
voor kosten als bedoeld in artikel 2.7.6, lid 3 en lid 4:
40% van de subsidiabele kosten voor productieve investeringen;
100% van de subsidiabele kosten niet-productieve investeringen.
**2..** Indien de activiteit geen betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouw producten bedraagt de hoogte van subsidie:
25% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een grote onderneming is;
35% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een middel grote onderneming is;
45% van de subsidiabele kosten indien de subsidieontvanger een kleine onderneming is.
**3..** De percentages genoemd in het tweede lid, aanhef en onder a tot en met c kunnen worden verhoogd met 15% indien:
het samenwerkingsverband bestaat uit tenminste één kleine- of middelgrote onderneming als omschreven in bijlage 1 bij VO (EU) 651/2014 en geen van de partijen meer dan 70% van de kosten draagt, of
een onderzoeks- of onderwijsinstelling aan het samenwerkingsverband deelneemt en deze instelling minimaal 10% van de kosten draagt.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.7.8