**1..** Subsidieontvanger is verplicht de aanvraag tot subsidievaststelling binnen drie jaar na datum subsidiebeschikking of, indien dat eerder is, uiterlijk op 1 april 2025 in te dienen, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is bepaald.
**2..** De aanvraag om vaststellingsubsidievaststelling bevat een inhoudelijk en financieel verslag en bevat daarnaast voor zover van toepassing:
bonnen en betaalbewijzen;
bewijsstukken inzake de gemaakte personeelskosten;
bewijsstukken inzake geleverde inbreng in natura;
bewijsstukken inzake afschrijvingskosten.
bewijsstukken inzake geleverde onbetaalde eigen arbeid;
bewijsstukken met betrekking tot realisatie.
**3..** Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt mededeling gedaan van alle aan het project gelieerde inkomsten, waaronder mede begrepen eventueel toegekende andere subsidies die op de gesubsidieerde activiteit of activiteiten betrekking hebben.
**4..** Bij de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 4:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maakt de subsidieontvanger een onderverdeling naar de onderscheiden subsidiabele kosten.
**5..** Het inhoudelijk verslag bevat ten minste:
een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht;
een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening;
de kennis en informatie die met het project zijn opgedaan, en;
de wijze waarop de kennis en informatie, bedoeld in onderdeel c, openbaar is of zal worden gemaakt, ingeval is bepaald dat openbaarmaking plaatsvindt.
**6..** Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag subsidievaststelling.
**7..** Indien de aanvraag tot subsidievaststelling tevens een verzoek om uitbetaling van gerealiseerde kosten en betalingen bevat, zijn artikel 1.23, derde lid, en artikel 1.24 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 1.27