**1..** Subsidie wordt verstrekt aan jonge landbouwers.
**2..** Een jonge landbouwer is een persoon die bij het indienen van de aanvraag om subsidie niet ouder is dan 40 jaar, een erkende landbouwkundige opleiding of een gelijkwaardige opleiding afgerond heeft of over ten minste drie jaar werkervaring op een landbouwbedrijf beschikt en die:
zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigt; en
hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere landbouwers daadwerkelijke, langdurige zeggenschap over het landbouwbedrijf heeft wat betreft de beslissingen die op het gebied van het beheer, de voordelen en de financiële risico’s worden genomen.
**3..** Van daadwerkelijke, langdurige zeggenschap als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is sprake als de jonge landbouwer:
op basis van de statuten of een schriftelijke door alle maten of vennoten ondertekende overeenkomst tenminste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van bedrijfsbeslissingen met een financieel belang van meer dan € 25.000,-; en
ten minste mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering.
**4..** Van daadwerkelijke, langdurige zeggenschap als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is geen sprake indien:
de jonge landbouwer een commanditaire vennoot van het betreffende landbouwbedrijf is; of
de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, door elk der partijen eenzijdig kan worden opgezegd.
**5..** Indien de investering waarvoor subsidie wordt gevraagd wordt gedaan om te voldoen aan de normen van de Europese Unie voor landbouwproductie, wordt in aanvulling op de voorwaarden gesteld in het tweede lid slechts subsidie verstrekt aan jonge landbouwers die zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigen, uiterlijk 24 maanden na de datum waarop de betrokken landbouwer zich als bedrijfshoofd heeft gevestigd.
** 6. .** Onder vestiging als bedoeld in dit artikel wordt verstaan: de datum waarop de aanvrager een handeling of handelingen stelt of voltooit in verband met die vestiging.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.3.3