Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Afdeling 15.

Artikel 2:77

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Weert

1.. De burgemeester is bevoegd, in het belang van de openbare orde, aan degene, die een of meer van de wettelijke bepalingen overtreedt, die genoemd zijn in lid 7 van dit artikel, een verbod op te leggen om zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen. 2.. Het verbod van het eerste lid geldt gedurende het in het besluit van de burgemeester genoemde termijn, nadat dit besluit aan de overtreder bekend is gemaakt. De duur van de gebiedsontzegging is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding. De overtredingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, zie lid 7. 3.. De burgemeester is bevoegd, in het belang van de openbare orde, aan degene die hij eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid heeft opgelegd en ten aanzien van wie binnen één jaar na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij opnieuw een of meer van de in het laatste lid genoemde artikelen overtreedt, een verbod op te leggen om zich te bevinden in een door het college aangewezen gebied en in de daarin gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen voor een tijdvak van maximaal 12 weken. Dit geldt voor alle categorieën genoemd in lid 7. 4.. De burgemeester houdt bij zijn beslissing rekening met eventuele zwaarwegende belangen, die betrokkene kan hebben bij aanwezigheid in het gebied, zoals het aldaar wonen, werken of het bezoeken van een hulpverleningsinstantie. 5.. Het is verboden om zich in strijd met een op grond van dit artikel opgelegde gebiedsontzegging in een desbetreffend door het college aangewezen gebied of de daarin voor publiek toegankelijke gebouwen en inrichtingen te bevinden. 6.. Voor bijzondere of meerdaagse evenementen kan het college ten behoeve van gebiedsontzeggingen op grond van dit artikel een op het betreffende evenement afgestemd gebied aanwijzen, dat afwijkt van het aangewezen reguliere gebied. 7. . Categorie 1: feiten waarvoor een gebiedsverbod van 2 weken kan worden opgelegd: Artikel Feit 2:1 APV Samenscholing en ongeregeldheden 2:26 APV Ordeverstoring bij evenementen 2:33 APV Ordeverstoring in een openbare inrichting 2:47 APV Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 2:48 APV Verboden gebruik van alcoholhoudende drank en softdrugs 2:48a APV Verboden glas op straat 2:48b APV Verboden gebruik lachgas 2:49 APV Verboden gedrag bij of in gebouwen 2:50 APV Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten 2:73 APV Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 424 Sr. Straatschenderij 426 Sr. Ordeverstoring bij dronkenschap 453 Sr. Openbare dronkenschap Categorie 2: feiten waarvoor een gebiedsverbod van 6 weken kan worden opgelegd: Artikel Feit 2:50a APV Vechten in het openbaar 131 Sr. Opruiing 138 en 139 Sr. (i.r.t. art. 45 t/m 47 Sr.) (Poging etc.) wederrechtelijk binnendringen: huis-/lokaalvredebreuk 157 Sr. (i.r.t. art. 45 t/m 47 Sr.) (Poging etc.) brandstichting 158 Sr. Brand door schuld 170 Sr. Vernieling van gebouwen 180 Sr. Misdrijven tegen het openbaar gezag 184 Sr. Negeren van bevoegd gegeven ambtelijk bevel 239 Sr. Schennis eerbaarheid 267 Sr. Belediging 285 Sr. Bedreiging 310 Sr. Diefstal 321 Sr. Verduistering 350 Sr. Vernieling of beschadiging van zaken Categorie 3: feiten waarvoor een gebiedsverbod van 12 weken kan worden opgelegd: Artikel Feit 2:74 APV Drugshandel op straat 2:77 APV Overtreding gebiedsontzegging 13 WWM Verbodsbepaling voor wapens categorie 1 26 WWM Verbod voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën 2 en 3. 27 WWM Verbod voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën 2, 3 en 4. 2 Opiumwet Handel in harddrugs 3 Opiumwet Handel in softdrugs 175 Gemw. jo. 184 Sr. Negeren noodbevel burgemeester 141 Sr. Gezamenlijke openlijke geweldpleging Art. 287 Sr (i.r.t. art. 45 t/m 47 Sr.) (Poging etc.) Doodslag 300 t/m 306 Sr. (i.r.t. art. 45 t/m 47 Sr.) Mishandeling (Poging etc.)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel