Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:10

Voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie ervan

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Weert

1.. Het is verboden om zonder vergunning van het college een openbare plaats te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van voorwerpen op of boven de openbare plaats: als dat niet minimaal 10 werkdagen van te voren is gemeld met een door het college vastgesteld meldingsformulier of wanneer dat wel minimaal 10 werkdagen van te voren is gemeld met een door het college vastgesteld meldingsformulier en uiterlijk op de 10e werkdag na de melding een tegenbericht is ontvangen dat de melding niet akkoord bevonden is. 2.. Is op de 10e werkdag na de melding geen tegenbericht ontvangen dan is de melding van rechtswege akkoord bevonden en dan is geen vergunning nodig. 3.. In afwijking van het bepaalde in lid 1 is een vergunning in elk geval nodig in een of meer van de volgende situaties: het voorwerp komt op een plek op de singels in de binnenstad van Weert of binnen die singels, op de Stationsstraat, de Maaspoort of de Driesveldlaan; het voorwerp zal langer dan 5 dagen op of boven de openbare plaats aanwezig zijn; het voorwerp komt op een plek, waarop betaald parkeren of vergunningparkeren geldt; het voorwerp komt niet direct voor of naast het eigen perceel van aanvrager te staan maar voor of naast het perceel van een ander. 4.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2. eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de in het eerste lid genoemde vergunning onder meer ook worden geweigerd én de melding is in elk geval, ook zonder het tegenbericht als bedoeld in lid 1 onder b, niet akkoord bevonden: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats; indien het beoogde gebruik gevaar oplevert voor het doelmatig en veilig gebruik van de openbare plaats; indien het beoogde gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats. 6.. Het verbod in het eerste lid geldt niet: voor evenementen als bedoeld in artikel 2:24; voor terrassen als bedoeld in artikel 2:28; voor uitstallingen als bedoeld in artikel 2:10a; voor standplaatsen als bedoeld in de gemeentelijke Standplaatsenverordening; voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Omgevingsverordening Limburg 2014. 7.. Op de vergunning genoemd in lid 1 is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel