Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren in strijd met onderstaande regels: de leidinggevenden van een openbare inrichting dienen er zorg voor te dragen dat: er in de directe omgeving van de openbare inrichting geen overlast/hinder ontstaat ten gevolge van het parkeren van voertuigen van bezoekers of het stallen van andere vervoermiddelen van bezoekers, zoals fietsen of bromfietsen, en dat deze vervoermiddelen conform de daarvoor geldende voorschriften worden geparkeerd of gestald; er geen geluidhinder ontstaat door komende of vertrekkende bezoekers; er zich geen bezoekers onnodig ophouden in de directe omgeving van de inrichting, waaronder mede wordt verstaan de in de directe omgeving van het bedrijf gelegen portieken, alsmede de in de directe nabijheid gelegen openbare weg; bezoekers hun gekochte waren niet gebruiken op of aan de openbare weg in de directe omgeving van de inrichting, anders dan op een in overeenstemming met de regelgeving ingericht terras. zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan indien het een alcoholvrije horeca-inrichting betreft: waar softdrugs plegen te worden verkocht of die geopend is tussen 24.00 uur en 07.00 uur van de daaropvolgende dag. indien hierbij tevens een terras wordt geëxploiteerd: in strijd met de krachtens lid 2 van dit artikel vastgestelde nadere regels horecaterrassen; zonder door de burgemeester verleende vergunning voor de exploitatie van een terras, voor zover het terras zich niet bevindt binnen de op de “gemeentelijke overzichtstekening terrassen” daarvoor aangegeven ruimten, of in strijd met een aan een dergelijke vergunning verbonden voorschriften. 2.. Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels vaststellen voor de inrichting en exploitatie van horecaterrassen. 3.. Op de vergunningen is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel