Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.1

Artikel 1.1

Onderdeel van Gedragscode voor de burgemeester van de gemeente Kerkade

De burgemeester moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan. Toelichting: De wetgever heeft de burgemeester op vier manieren extra bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. 1. De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van Burgemeester & Wethouders (college), als bestuursorgaan, zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college, waarvan de burgemeester deel uitmaakt, de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de wethouders uit hoofde van hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alleen om – zoals vaak door politici gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. De burgemeester moet als lid van het college dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. [Agressie of geweld van burgers tegen politieke ambtsdragers kunnen de besluitvorming beïnvloeden. Een politieke ambtsdrager mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de gemeentesecretaris.] Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van de politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. 2. De wetgever verbiedt de burgemeester vervolgens expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij de burgemeester een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat de burgemeester meestemt als sprake is van belangen-verstrengeling. 3. De wetgever verbiedt de burgemeester expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan regelgeving die samenhangt met de integriteit van wethouders, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. Het wordt dringend aangeraden deze bijlagen nauwkeurig te bestuderen. 4. De wetgever eist van wethouders dat zij al hun functies, en - als de burgemeester de functie van burgemeester niet in deeltijd bekleedt - de inkomsten uit die functies, bekend maakt. Op die manier wordt het voor raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een burgemeester te waarschuwen voor de kwesties waarin belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen op basis daarvan hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat de burgemeester tevens al zijn substantiële financiële belangen bekendmaakt bij ondernemingen die zaken doen met de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel