Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5.

Weigeren en beëindigen

Onderdeel van Beleidsregel Schuldhulpverlening gemeente Moerdijk

1.. Indien aanvrager niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 4, leden 1 en 2, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren dan wel te beëindigen. 2.. Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot weigering dan wel beëindiging van de schuldhulpverlening indien: het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; aanvrager zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan aanvrager is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; aanvrager zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; aanvrager in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van aanvrager, niet (langer) passend is; de schuldhulpverlening door het college niet (langer) noodzakelijk wordt geacht; er sprake is van niet saneerbare vorderingen, waardoor naar oordeel van het college, geen succesvolle schuldbemiddeling kan plaatsvinden; betwiste vorderingen en/of er grote kans is op nieuwe vorderingen of schulden; onvoldoende aannemelijk is dat aanvrager ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de aanvraag is ingediend, te goeder trouw is geweest. er sprake is van fraudevorderingen: aanvrager heeft fraude gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. aanvrager geen stabiele leef of woonsituatie heeft en er geen zicht op verbetering is binnen 3 maanden; aanvrager een gezamenlijke huishouding voert met een niet rechtmatig in Nederland verblijvende partner en/of kinderen; aanvrager bezig is met een echtscheidingsprocedure en er nog geen verzoek tot echtscheiding is ingediend bij de rechtbank; aanvrager niet langer inwoner is van de gemeente Moerdijk. 3.. Alvorens te besluiten tot weigering dan wel beëindiging van schuldhulpverlening op grond van lid 1 en lid 2 sub b van dit artikel, wordt aanvrager een redelijke termijn geboden om alsnog, binnen de gestelde termijn, de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel