Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
tenzij
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het
opvolgen van dit reglement te herinneren;
een lid hem interrumpeert.
De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties
zijn betoog zal afronden
Wanneer een spreker beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen gebruikt, afwijkt van het besproken onderwerp,
een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel op
een andere manier de orde verstoort, wordt hij door de
voorzitter tot de orde geroepen. Als de betreffende spreker
dit niet opvolgt, kan de voorzitter hem gedurende de
vergadering, waarin dit gebeurt, over het betreffende
onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - wanneer na
de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de
vergadering sluiten.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 25
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Rijswijk 2014