**1..** De egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Awb die de
subsidieontvanger vormt bedraagt niet meer dan 10% van het vastgestelde
boekjaarsubsidiebedrag over hetzelfde subsidiejaar. Indien deze
egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt het meerdere bij de
vaststelling voor het betreffende boekjaar afgetrokken.
**2..** De egalisatiereserve komt niet eerder negatief te staan dan voordat het
overige beschikbare eigen vermogen is aangewend. Indien de
egalisatiereserve negatief komt te staan, wordt in de toelichting op de
balans gemotiveerd weergegeven hoe deze weer positief wordt gemaakt.
**3..** In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb, is de
subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarden
verschuldigd.
**4..** De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee subsidiering door de
gemeente heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de
andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.
**5..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de
waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het
tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat
bij verlies of beschadiging of beschadiging van eigendommen wordt
uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de
subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerende zaken betreft,
geschiedt de waardebepaling door één of meerdere onafhankelijke
deskundigen.
**6..** Indien de activiteiten van de subsidieontvanger met toestemming van het
college door een andere rechtspersoon worden voortgezet en de activa en
passiva tegen boekwaarde aan de ander in eigendom worden overgedragen,
is de subsidieontvanger hiervoor in afwijking van het tweede lid geen
vergoeding verschuldigd.