Een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste volzin en onder
a tot en met c van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het
belang van behoud of samenstelling van de
woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking,
samenvoeging of omzetting gediende belang;
het onder a genoemde belang niet kan worden gediend door
het stellen van voorschriften en voorwaarden aan de
vergunning;
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een
onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en
leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor
tijdelijke onttrekking indien de aanvrager aantoont dat een
situatie bestaat die een tijdelijke woonruimteonttrekking
rechtvaardigt en waarbij vaststaat dat die onttrekking niet
langer dan vijf jaar zal duren.
Deel2Splitsingvanwoonruimte(alleenArnhem)
Dit deel is uitsluitend van toepassing in de gemeente Arnhem.