**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene
die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
**2..** Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of
heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2,
onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig,
met dien verstande dat:
**1..** indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst
wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge
deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar
de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft
geparkeerd;
**2..** indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan
ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het
motorvoertuig heeft geparkeerd.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die
het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze
aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn
wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik
redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
**4..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene
die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2016