Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Wijze van heffing en termijn van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Parkeerbelastingen 2016

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven: a.. bij wege van voldoening op aangifte, door bij aanvang van het parkeren op elektronische wijze te betalen door inwerkingstelling van de parkeerapparatuur; b.. dan wel bij wege van nota; c.. dan wel dat bij de aanvang van het parkeren telefonisch of elektronisch aangifte is gedaan via de centrale computer van een van de mobiele parkeeraanbieders van de gemeente; d.. een nota moet worden betaald binnen één maand na dagtekening van de nota. 2.. De belastingplichtige van de belasting in artikel 2, onderdeel a, is bij aanvang van het parkeren verplicht het kenteken van het motorvoertuig in de parkeerapparatuur in te geven. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4.. In afwijking van het derde lid kan de belasting door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven. 5.. Een naheffingsaanslag inclusief de kosten van de naheffingsaanslag zoals bedoeld in artikel 11 en voor zover van toepassing verhoogd met de andere kosten zoals bedoeld in artikel 11 moet terstond worden betaald. 6.. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op of via de parkeerapparatuur kennisgegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel