Naar hoofdinhoud
Klachten dienen schriftelijk te worden ingediend. Wanneer een klacht rechtstreeks bij het bestuursorgaan wordt gemeld, stuurt deze de klacht door aan de commissie. Klachten over feiten die langer dan twee jaar geleden plaatsvonden en anonieme klachten worden door de klachtencommissie niet in behandeling genomen. De klachtencommissie meldt de klacht onverwijld aan bij het bestuursorgaan als de inhoud van de klacht daartoe naar haar mening aanleiding geeft. De klachtencommissie stelt klager en aangeklaagde in de gelegenheid zo spoedig mogelijk te worden gehoord doch uiterlijk binnen één maand nadat de klacht is ingediend. Ook eventuele getuigen en anderen dan klager en aangeklaagde kunnen door de commissie in het belang van het onderzoek worden gehoord. De klager en aangeklaagde kunnen zich door een raadsman of raadsvrouw laten bijstaan. De kosten hiervan komen voor rekening van degenen die zich laat bijstaan. De klager, aangeklaagde en hun raadsleden kunnen tijdens de behandeling van de klacht inzage krijgen in de op de klacht betrekking hebbende stukken. Van het horen als bedoeld in lid 3 wordt een verslag opgemaakt dat door de gehoorde en de leden van de klachtencommissie wordt ondertekend. Weigert een gehoorde ondertekening, dat wordt daarvan, zo mogelijk onder vermelding van de redenen, op het verslag melding gemaakt. De gehoorde ontvangt zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen 14 dagen na het horen een afschrift van het verslag. De klager kan tijdens de procedure bij de klachtencommissie op ieder moment de klacht intrekken door dit schriftelijk aan de commissie mee te delen. Van haar bevindingen brengt de klachtencommissie schriftelijk rapport uit aan het bestuursorgaan, uiterlijk binnen 3 weken nadat het horen van de klager, de aangeklaagde en eventueel van getuigen en anderen is afgesloten. De klachtencommissie geeft in het rapport een gemotiveerd oordeel over de klacht en brengt in het rapport tevens advies uit omtrent de te treffen maatregelen, die in eerste instantie zijn gericht op het beëindigen c.q. het voorkomen van herhaling van de klacht. De klachtencommissie stelt de klager en de aangeklaagde op de hoogte van haar conclusies. Indien de klachtencommissie na het horen als bedoeld in lid 3 van mening is, dan wel het vermoeden heeft dat er sprake is van een strafbaar feit, doet zij daarvan onverwijld aangifte bij de Officier van Justitie. Het onderzoek en verdere behandeling wordt daarop gestaakt.

Rechtspraak bij dit artikel