Naar hoofdinhoud
1.. De commissie baseert haar advies, voor wat betreft activiteit bouwen, op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria en, voor zover van toepassing, de hieraan gekoppelde beeld en kwaliteitsplannen. 2.. Bij het advies, voor een activiteit wat betreft het handelen met gevolg voor beschermde monumenten, laat de commissie zich uitsluitend leiden door overwegingen van geschiedkundig architectonisch-, cultuur-, of sociaal-historisch belang. 3.. Bij een meervoudige aanvraag om een omgevingsvergunning weegt de commissie alle belangen zorgvuldig af om tot een eenduidig advies te komen. 4.. Alle adviezen worden met voldoende redenen onderbouwd. 5.. De commissie adviseert over de aanvraag om een omgevingsvergunning uiterlijk binnen twee weken aan het bevoegd gezag. 6.. De behandeling van plannen voor een omgevingsvergunning op grond van de Wabo, onder verantwoordelijkheid van de commissie ruimtelijke kwaliteit, zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie ruimtelijke kwaliteit wordt tijdig bekend gemaakt op de gemeentelijke website en naar de voorzitter van de commissie gestuurd. 7.. Indien het bevoegd gezag -al dan niet op verzoek van de aanvrager- een verzoek doet tot niet openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen, op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, ten grondslag te leggen. De beoordeling geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 8.. Indien de aanvrager of initiatiefnemer hierom bij het indienen van een ontwerp heeft verzocht, wordt deze door of namens de commissie ruimtelijke kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het ontwerp. 9.. In het geval dat het plan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld. 10.. Belanghebbenden, anders dan de aanvragers, hebben geen spreekrecht, tenzij het bevoegd gezag in een bijzonder geval aan die belanghebbende in toelichtende zin spreekrecht heeft toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel