1.
Voor een recreatieobject als bedoeld in artikel 5, lid 1, onderdeel a, bedraagt de belasting per perceel:
€
52,80
2.
Voor een perceel als bedoeld in artikel 5, lid 1, onderdeel b,
bedraagt de belasting per perceel: 0,025% van de WOZ-waarde.
3.
Voor een perceel als bedoeld in artikel 5, lid 1, onderdeel c, bedraagt de belasting eenheid van 250 m³ afvalwater:
bij een hoeveelheid water:
a. per eenheid van 0 tot en met 250 m³
b. per eenheid boven de 250 m³ tot en met 500 m³
boven 500 m³ voor elke eenheid van 500 m³:
c. per eenheid boven de 500 m³ tot en met 2.500 m³
d. per eenheid boven de 2.500 m³ tot en met 25.000 m³
e. per eenheid boven de 25.000 m³ tot en met 100.000 m³
f. voor elke eenheid van 500 m³ boven de 100.000 m³
€
€
€
€
€
€
211,20
82,80
168,60
135,00
108,00
86,40
4.
Voor de berekening van de belasting als bedoeld in lid 3, geldt dat een gedeelte van een eenheid afvalwater als volle eenheid wordt aangemerkt.
5.
Indien de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 5, lid 1, onderdeel b, beneden de € 17.000,-- blijft wordt geen belasting geheven.
6.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.