In deze verordening wordt verstaan onder een onroerende zaak:
een gebouwd eigendom;
een ongebouwd eigendom, indien hierop een bouwbestemming rust opgrond van het vigerende bestemmingsplan;
een gedeelte van een onder 1 of 2 bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijke geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer van de onder 1 of 2 bedoelde eigendommen of onder 3 bedoelde gedeelten daarvan die naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen.
Hoofdstuk
Artikel 1