**1..** Het inkomen van het huishouden, zoals gedefinieerd in art. 1 onder r, moet in een naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijke verhouding staan tot de huurprijs van de woonruimte.
huishoudens met een inkomen van 1,5 maal het norminkomen voor meerpersoonshuishoudens volgens artikel 14 van de Wet op de huurtoeslag kunnen een woonruimte tot de huurprijsgrens huren.
het inkomen van de huurprijsgrens wordt geïndexeerd in overeenstemming met de indexeringsmethode van de doelgroepgrens in de Wet op de huurtoeslag.
**2..** De grootte van het huishouden moet in een, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, redelijke verhouding staan tot de grootte van de woonruimte:
woningen met een woonoppervlakte van minimaal 80 m² worden toegewezen aan huishoudens met minimaal drie leden;
de norm genoemd onder a geldt niet voor woningen met een hogere mate van toegankelijkheid, conform bijlage I, zoals rolstoelwoningen voor mensen met een fysieke beperking en woning bedoeld voor huishoudens die van deze voorraad afhankelijk zijn.
**3..** De functiebeperking van het huishouden, vanuit gemeentelijke indicatiestelling op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning, moet in een naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijke verhouding staan tot de toegankelijkheid van de woning.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.3
Artikel 11
Passend toewijzen
Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Haag 2015 – 2019